Waar blijft de winter?

De maand november is de boeken ingegaan als de warmste maand sinds jaren. Ik moet zeggen dat het gevoelsmatig ook niet bepaald een koude maand was. Het blad bleef hierdoor lang aan de bomen hangen en verkleurde mooi naar geel, oranje en rood, vooral na die drie nachten met wat vorst in de ochtend.
In december denken we al weer vooruit na de Sinterklaas aan de Kerstdagen. Zou het een witte kerst worden of zet de trend zich voort van de regen van de afgelopen dagen?
Van mij mag er best wel wat sneeuw gaan vallen, alles bedekkend met een maagdelijk wit laagje. Ik hou van die prachtige heldere witte kleur en dan het liefst met een mooie blauwe lucht er boven.

Hoogstam 7841

Landschappen die er anders niet aantrekkelijk uitzien, veranderen in een oase van rust en stralen magie uit. Tijdens een wandeling ver van de bewoonde wereld in het bos hoor je het zachte geknisper van samendrukkende sneeuw onder je schoenen. Je hoopt dat het dan een tijdje blijft liggen maar in ons land is het meestal van korte duur. Na een dag of wat gaat het vaak dooien en ontstaat er een pak met natte, vaak grijze smurrie en is het buiten wandelen geen pretje meer.
Voor de dieren zijn deze omstandigheden vaak veel minder leuk en vooral als de winterse omstandigheden langer aanhouden met de nodige vorst erbij, krijgen ze problemen met voedsel zoeken. Op de wintervoederplaatsen is het dan een komen en gaan van vooral kleine vogeltjes, zoals mezen, lijsterachtigen en vinkachtigen.

Staartmezen 3602 2


Ook in de bossen zoals op de Veluwe wordt het grote wild dan vaak bijgevoerd om ze de winter te laten doorkomen. Zoogdieren hebben vaak wel wat wintervet opgeslagen om zo de ergste koude periode te kunnen overbruggen. Heb je echter nog een late periode van vorst zoals in maart, dan zijn ze door de speklaag heen en krijgen ze het moeilijk. Vooral de mannelijke Edelherten dragen de hele winter hun zware gewei en werpen dat pas eind februari af. Het kost natuurlijk heel veel energie omdat gewei de hele winter met je mee te dragen.

Edelherten hagel 4441


Kleine vogeltjes zoals de Goudvink, IJsvogel, Pestvogel en Kerkuil kunnen geen speklaag aanleggen. Zij hebben bijna elke dag voedsel nodig om in hun dagelijkse energie te voorzien. Kerkuilen jagen al wiekelend boven het veld. Zij moeten door de sneeuw heen zakken om hun prooi, meestal muizen, te kunnen bemachtigen. De laag sneeuw moet dus niet te dik zijn en als ze te licht zijn van gewicht lukt dat ook niet. Vroeger joegen ze dan in open schuren maar in de moderne tijd zijn de meeste schuren afgesloten en niet meer toegankelijk.

Kerkuil sneeuw 4857


IJsvogeltjes hebben eigenlijk een verkeerde naam gekregen want als ze ergens een hekel aan hebben dan is het wel ijs. De engelsen noemen hem niet voor niets Kingfischer (Koningsvisser) en die naam doet hij eer aan, want vissen kunnen ze als de beste. Maar als alles dicht vriest krijgt de IJsvogel het moeilijk en sneuvelt soms bijna de gehele populatie. Veerkrachtig zijn ze wel want met vaak drie broedsels per jaar en gemiddeld 6 jongen per nest, zijn ze in staat om de stand weer snel op te krikken naar een normaal niveau.

IJsvogel 2005


Wie wel eens Pestvogels heeft bekeken, snoepend van de rijpe bessen, zal het niet ontgaan zijn dat ze de hele dag door van de bessen snoepen. Wat er van boven met veel gemak in gaat komt er ook van onderen weer verwerkt tot mest uit. Ze verteren hun voedsel dus erg snel waardoor ze niet in staat zijn een vetlaag aan te leggen. Zodra de bessenvoorraad bijna op is, gaan ze een andere locatie opzoeken om aan het einde van de winter weer terug te keren naar Noordelijk europa waar ze broeden in de taiga (naaldbossen).

Pestvogel man 0417a


In Engeland hebben ze proeven gedaan met Goudvinken in een strenge winter met temperaturen onder de min 10 C. Hierbij bleek dat ze de energie van de voedselopname van die dag nodig hadden om zichzelf warm te houden tijdens de nacht. Voor de meeste dieren is een strenge winter dus geen pretje en is de noodzaak tot overleven regel nummer een.
Goudvink winter.
Ik wens jullie allemaal hele fijne feestdagen en een goede wisseling van het jaar toe.!!!

Pimpelmees Tekst 0304

Wie weet wat 2016 ons allemaal gaat brengen.!!!!

 

November,  is een echte herfstmaand.

In oktober was het al afgekoeld, werden de dagen korter en de nachten steeds langer. Als je nu buitenkomt komen de heerlijke herfstgeuren je tegemoet. Het bos is nu vochtig en hier en daar ruik je de paddenstoelen. Ook de geur van vers gezaagd hout blijft nu lekker lang hangen. Overal komen stiekum wat kleurtjes in de bomen en de bessen zijn nu knalrood. 

De natuur maakt zich op voor de komende winter. In de koude nachten verkleurt het blad en langzaam maar zeker laten de bomen hun blad vallen uit bescherming voor de vorst. Een aantal planten bloeit nog laat en trekken nog wat vlinders aan. Libellen hangen in de vroege ochtend bedauwd aan hun rietstengel. Ook het riet is met mooie druppels bedekt en buigt zwaar door onder het gewicht van al dat water.

Het water in de sloten is nog relatief warm en bij een koude nacht zie je de “witte wieven” vanaf het water langzaam over de velden trekken. Zodra de zon verschijnt nemen ze nog iets toe om bij aansterkende warmte langzaam te verdwijnen.

In de natuur is alles nu in grote getale aanwezig. De bomen dragen volop vruchten zoals de kastanjes, beuken en eiken. De insectenwereld is uitbundig met de aanwas van al dat jonge spul. De dieren maken hier goed gebruik van en eten hun buiken vol om de naderende winter te overleven. Veel vogels trekken naar het zuiden weg en de noordelijke soorten arriveren bij ons, zoals de Keep, Kramsvogel, Koperwiek en soms de hieronder staande zeer fraaie Pestvogel. 

Enorme zwermen spreeuwen vullen nu hier en daar de lucht en als daar door roofvogels op gejaagd wordt, levert dat mooie vliegvormen op. Een prachtig schouwspel waarbij ik het iedereen kan aanraden om eens te gaan kijken bij dit fenomeen. Meestal besteden de plaatselijke kranten er wel aandacht aan als het zich in de avonduren bij de gezamenlijke slaapplaats afspeelt.

De Edelherten en Wilde Zwijnen op de Veluwe eten hun buik nu rond aan de gevallen boomvruchten zoals eikels, kastanjes en beukennootjes. Ze leggen nu een dikke onderhuidse speklaag aan om de komende winter te kunnen overleven. Overal op de Veluwe zie je langs de wegen de omgewoelde plekken. Je moet goed op een strenge winter voorbereid zijn, want je weet het nooit. De komemde tijd zullen ze dan ook wat vaker te zien zijn.

Voor sommige vogels levert een strenge winter echt problemen op. Ze kunnen geen vetlaag aanleggen en moeten elke dag voedsel scoren om de winter te kunnen overleven. Bij strenge vorst verbranden ze in een nacht hun voedsel opname van de vorige dag en moeten dus snel gaan jagen, zoals bijvoorbeeld de IJsvogel en de Kerkuil. Als er soorten zijn die een hekel aan de winter hebben met vorst en sneeuw, dan zijn zij het wel. Een dik pak ijs is fataal voor de IJsvogel en het hele bestand kan wel teruglopen tot enkele tientallen paartjes voor heel Nederland na een strenge winter. 

Hetzelfde geld voor de Kerkuil maar dan met een dik pak sneeuw. Door zijn geringe gewicht kan hij niet door de sneeuw heen zakken om bij de muizen te komen. Alleen een dun sneeuwdek stelt hem in staat te blijven jagen. Ze jagen in de winter dus vaak in open schuren om aan muizen te komen, maar soms ook wel buiten in de sneeuw zoals op onderstaande zeer unieke foto is te zien.

Het is dus tijd om de warme jas aan te trekken en op ontdekkingstocht te gaan in de heerlijke natuur. Snuif de heerlijke lucht op van vers gezaagd hout, paddestoelen en vochtige aarde. !!!!

 

HERTENBRONST, elk jaar MOET ik daar even naar toe:

burl

Elk jaar in september barst er een oerspektakel uit onder de Edelherten, namelijk de paartijd of bronsttijd. De sterkste herten (geweidragers) krijgen het gezag over een roedel hinden en kalveren (kaalwild) en proberen hun sterke genen door te geven aan het volgende geslacht. Middels het luide burlen maken de plaatsherten kenbaar dat ze heerser zijn over de roedel en het gebied. De vrouwtjes blaffen bij gevaar en maken verder nog een schaapachtig geluid terwijl de kalfjes blaten.
Tijdens gevechten proberen andere mannetjesherten om de groep dames te veroveren van het plaatshert zodat zij hun genen kunnen doorgeven aan het volgende geslacht. Dat gaat er soms heftig aan toe en een enkele keer lopen ze verwondingen op, breken stukken van het gewei of komen er zelfs bij om, als ze in de flank geraakt worden.

gevecht

De dames lijkt het allemaal niet zoveel uit te maken wie de tijdelijke heerser is over hun groep. De rest van het jaar leven de mannetjes en de vrouwtjes met kalveren namelijk gescheiden van elkaar en is er in de groep vrouwelijke dieren een leidster, de zogenaamde leidhinde. Een oude en ervaren hinde die de groep stuurt en ook het dagritme bepaald. In deze periode is zij echter tijdelijk ontheven van haar zware taak.
De kalfjes die in mei zijn geboren blijven tijdens de bronst dan ook gewoon bij hun moeder en maken het complexe gebeuren van zeer dichtbij mee. De kalfjes van het jaar daarvoor lopen ook nog vaak in de groep mee. Echter de mannelijke kalfjes die na hun eerste levensjaar een klein gewei krijgen, meestal bestaande uit twee stangetjes, worden nu door de plaatsherten niet meer bij hun moeder getolereerd en worden constant weggedreven uit het roedel.

kaalwildTijdens de bronst eten de mannelijke herten niet, dat hebben ze in de voorgaande periode gedaan. Ze zijn dan ook flink in gewicht toegenomen tot zo’n 255 kilo, de vrouwtjes tot 150 kilo. De nekspieren die onder een mooie manendos zitten hebben zich flink ontwikkeld om het uitgegroeide gewei dat zo’n 20 kilo zwaar kan worden, te kunnen dragen. Het enige wat ze doen is af en toe flink drinken want ze pissen zeer regelmatig tegen hun buik. De urine heeft een sterke muskuslucht en dat is waar de dames opgewonden van raken.
flemenBinnen de groep hinden raken sommige dames paringsbereid en middels het orgaan van jacobsson in het gehemelte van de herten kunnen ze precies waarnemen welke hinde paringsbereid wordt omdat de eisprong nadert. Deze lucht nemen ze op middels het zogenaamde flemen, met opgetrokken bovenlip. Daarna volgt meestal een korte achtervolging van de hinde. Als ze er nog niet aan toe is sprint ze weg, maar zodra ze dat wel is zal ze blijven staan en volgt de paring. Vaak met tussenpozen, meerdere keren achter elkaar.
In het najaar raakt ze dan dus zwanger en ontwikkeld de vrucht zich langzaam in de voorstaande slechte voedselperiode. Tijdens de winter zet de hinde de ontwikkeling van de vrucht stil en zodra in het voorjaar de voedselsituatie zich verbeterd ontwikkeld de vrucht zich verder tot in mei de kalfjes weer geboren worden.
hinde met kalfNa de bronst vormen de herten langzaam weer een groep afgezonderd van de hinden. De gehele winter behouden ze hun gewei en pas in maart werpen de herten het gewei af. Het kost natuurlijk veel energie om de vaak zware tooi mee te torsen met een minimum aan voedsel. In de winterperiode met veel vorst en sneeuw vallen dan ook vaak veel slachtoffers vooral onder de oudste herten met het zwaarste gewei.
in de winterVanaf april/mei gaat het gewei weer groeien en komt er elk jaar aan elke stang een end (takje) bij. Ze worden dan 6, 10 of 16 enders genoemd. Het gewei is dan verpakt met een fluweel zachte huid en ruzies tussen de herten vechten ze uit met de voorlopers, het zogenaamde boksen. Het gewei mag namelijk niet beschadigen en vanaf eind juli, droogt de huid in en gaan ze het gewei schoon vegen tegen jonge boompjes tot uiteindelijk het kale gewei overblijft. Vanaf  hun tiende levensjaar, het zijn dan vaak 18-enders, kunnen ze deel gaan nemen aan de bronst.!!!
bastgewei

Oktober is Kraanvogelmaand !!!

Na de hertenbronst van september vind er nog een najaarsfenomeen plaats waarvan we in Nederland maar een klein staartje meekrijgen. Voor het echte Kraanvogelspectakel moet je dan een dagje of weekeinde afreizen naar Diepholz bij onze oosterburen in Duitsland.

HOE ZIEN ZE ERUIT:
Kraanvogels zijn hoofdzakelijk grijs-zwart gekleurde vogels met wat bruine tekening op de rug en vleugels. Ze zijn groter dan de Ooievaar (107 cm) en meten rechtopstaand ongeveer 120 cm. Het mannetje van de Kraanvogel is wat groter dan het vrouwtje en hij bezit een mooie iets opstaande grijs-zwarte staart. Het vrouwtje is gelijk getekend maar wat kleiner. Op hun zwarte kruin zit een mooie rode vlek die bij de man weer wat groter is dan bij de vrouw. Kraanvogel vrouwtjes leggen hooguit twee eieren in een nagenoeg ontoegankelijk moeras. De jongen verlaten direct het nest en worden door de beide ouders verzorgd. In het volwassen stadium zijn ze herkenbaar aan de wat rossige kop en hun opvallende hoge piepje. Kraanvogel jongen van het eerste jaar trekken samen met hun ouders mee naar Spanje en leren zo de belangrijke trekroute kennen. Sinds een aantal jaren broeden Kraanvogels ook weer in Nederland en wel in het Fochteloerveen. Kraanvogels blijven elkaar eeuwig trouw en staan daar in China dan ook symbool voor.

TREKROUTE:
Kraanvogels overwinteren in grote aantallen in het Extremadura gebied van Spanje. De vogels eten daar gedurende de winterperiode hun buik vol aan de gevallen eikels van de kurk en steeneik.
Voor het echter zover is, hebben ze nog een hele weg te gaan. Vanuit de broedgebieden in Scandinavie trekken de vogels eerst zuidelijk naar het Hornborgasjon in Zuid-Zweden. Daar worden ze bijgevoerd en blijven ze een tijdje hangen. Ze doen zich te goed aan de oogstresten van verbouwde mais en granen op de omliggende velden. Zodra het voedsel minder wordt trekken de vogels over de Baltische Zee naar Noord-Duitsland. In het waddengebied vinden ze slaappplaatsen in het ondiepe water rondom Rugen en het eiland Zingst. Overdag zoeken ze ook hier weer naar voedsel op de omliggende velden en akkers.
Een deel van de Kraanvogels trekt door naar West-Duitsland, globaal rondom de dorpen Diepholz-Vechta. Van oorsprong liggen hier nog uitgestrekte hoogveengebieden met grote plassen laagwater waar de Kraanvogels uit veiligheid graag in overnachten. Rondom deze veengebieden zijn uiteraard ook weer grote landbouwgebieden aanwezig met heel veel maisteelt. Deze maisteelt trekt de vogels enorm aan omdat ze zich voeden met de achtergebleven resten van de oogst. Overal op de akkers zie je familiegroepen bestaande uit 3 tot wel 100 stuks druk fouragerend rondlopen. Overal vliegen kleine groepjes rond op zoek naar nieuwe akkers. Ook bezoeken ze net ingezaaide akkers met wintergraan en dat vinden de boeren minder fijn. Dat is dan ook de reden dat ze op een aantal plaatsen worden bijgevoerd.

WAAR ZIJN ZE GOED TE ZIEN:
Tussen de dorpen Rehden en Wagensveld ligt het Rehdener Geestmoor, een prachtig beschermd hoogveengebied waar op de Moordam een heuse uitkijktoren is gebouwd vanwaar je het gehele gebied kunt overzien. In de vroege morgen of late avond trekken dan vele tienduizenden Kraanvogels luid trompetterend in familiegroepjes aan je voorbij, op weg naar hun slaapplaatsen. Met wat geluk heb je een mooie zonsop of ondergang waarbij de lucht oranje kleurt achter de voorbij trekkende slierten “Kranige” zoals de duitsers ze noemen. Hun zwarte silhouetten steken dan mooi af tegen de gekleurde lucht.

De Kraanvogels blijven de velden sieren tot eind oktober/begin november en als het dan kouder wordt trekken ze verder zuidwaarts. In Frankrijk maken ze dan nog vaak een tussenstop bij het Lac du Der de Chanteqock en van daaruit gaan ze naar Noord-Spanje waar ze net over de Pyreneeen nog even opvetten om vervolgens door te vliegen naar de eindbestemming: de Extremadura in Spanje.



In het vroege voorjaar volgen ze de route globaal weer in omgekeerde volgorde, terug naar de broedgebieden.!!!

AFREIZEN:
Eind september en begin oktober is een goede tijd om in het gebied een kijkje te gaan nemen en wie heel vroeg vertrekt maakt de ochtendtrek nog mee.
Wie er is geweest vergeet het nooit meer: De oorverdovende stilte en het geroep van tienduizenden Kraanvogels om je heen maken een verpletterende indruk op je die je nooit meer vergeet.
Elk jaar MOET ik dan ook even terug om een vleugje van die herfstsfeer te proeven.!!!